Steeds minder kleuters en leerlingen spreken thuis Nederlands

Door Ben Weyts op 12 januari 2021, over deze onderwerpen: Nederlands leren, Kleuterschool en basisonderwijs
Kleuterklas

Vorig schooljaar sprak 25 procent van de kleuters en 22 procent van de lagereschoolleerlingen thuis een andere taal. Dat is in beide gevallen weer een procentpunt meer dan het schooljaar 2018-2019. “De stijgende cijfers drukken ons met de neus op de feiten: we moeten op school meer inzetten op Nederlands”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts.

Statistiek Vlaanderen publiceert elk jaar nieuwe gegevens over de kenmerken van de leerlingen in Vlaamse scholen. Vorig schooljaar (2019-2020) had 25 procent van de kleuters en 22 procent van de leerlingen lagere school een andere thuistaal. Dat is opnieuw een toename met telkens een vol procentpunt, want in het schooljaar 2018-2019 ging het nog om 24 procent van de kleuters en 21 procent van de leerlingen van de lagere school. De stijging is vooral duidelijk voor wie vergelijkt met amper 10 jaar geleden (schooljaar 2009-2010), toen 17,2 procent van de kleuters en 13,6 procent van de leerlingen in het lager onderwijs een andere thuistaal had.

Niet wegkijken van evolutie

“Je kan niet wegkijken van deze evolutie. Je kan niet volhouden dat we niets moeten doen”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. “Vanaf dit jaar willen we een taalscreening afnemen bij alle kleuters. We moeten ook werk maken van aangescherpte eindtermen: de huidige minimumdoelen voor het basisonderwijs zijn meer dan 20 jaar oud en ondertussen zien onze klassen er totaal anders uit. Goeie kennis van het Nederlands is de sleutel tot alle andere kennis. Zonder voldoende Nederlands gaan er voor een kind ontelbaar veel kansen verloren”.

Andere leerlingenkenmerken blijven stabiel

Zo had vorig schooljaar (2019-2020) 21 procent van de kleuters een laagopgeleide moeder (hetzelfde cijfer als in schooljaar 2018-2019) en 27 procent van de kleuters woonden in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging (eveneens hetzelfde cijfer als het voorgaande schooljaar). Ook bij de leerlingen van de lagere school blijven deze cijfers hetzelfde: 21 procent van de lagereschoolkinderen heeft een laagopgeleide moeder en 24 procent woont in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging.

Aantal kinderen dat schooltoeslag krijgt, stijgt

38 procent van de kleuters en 39 procent van de lagereschoolleerlingen ontving vorig schooljaar een schooltoeslag. Sinds 2019-2020 vervangt de schooltoeslag de vroegere schooltoelage. Die schooltoelage werd in schooljaar 2018-2019 toegekend aan 22 procent van de kleuters en 27 procent van de lagereschoolleerlingen. Bij de omvorming naar de schooltoelage werden de selectiecriteria verruimd en werd de toekenningsprocedure aangepast, wat de stijging verklaart.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is